Go4Africa   logo Go4Africa
 
 
           
HOME
 
 
 


 

Landen / Mauritanie

Details over Mauritanie:
oppervlakte: 1.030.700
aantal inwoners: 2.598.000
hoofdstad van Mauritanie: Nouakchott
godsdienst(en): Islam
talen: Hasaiya Arabisch, Wolof, Pular, Soninke, Frans
analfabetisme: 62
levensverwachting: 50
bruto nationaal inkomen: 1.750
economie: Visproductie, ijzer en goudwinning, gips. Agrarisch: sorghum, kolen, veehouderij (schapen).
bijzonderheden over Mauritanie: n.v.t.

reisverslag:

Reisverhalen 

 

Het is maar 40 kilometer naar Nouadhibou. Een kippeneindje zou je denken. Maar als de weg niets anders is dan zand, stenen, keien, wasboardweg en heeeel af en toe een ministukje asfalt van 50 jaar geleden, is 40 kilometer toch een heel eindje.

Het paarse volkswagenbusje voorop, dan Marlieke en Yao en dan wij. Het is wel leuk om te zien hoe de auto’s het doen op zulke wegen. Want dit kun je echt niet in Nederland oefenen. Daarbij maken we gelijk kennis met ‘echte’ warmte. We denken dat het boven de 45 graden is. (’s avonds werd dit bevestigd door een Belg die met de moter door Afrika rijdt, gisteren heeft hij 51 graden gemeten!)

Dan ervaren we ook hoe belangrijk water is. ‘Water is life’. Zonder water zou je echt flauwvallen! We hebben bijna de hele dag alleen op droog brood en water geleefd en we merken dat dat eigenlijk heel prima is. Dat is wat je nodig hebt en nog lekker ook. (tenminste, hier ga je het gewoon lekker vinden)

Vast in zandAls we door deze ‘dorre vlakte van de woestijnen’ rijden, gaan je gedachten onwillekeurig naar de bijbelse verhalen waarin de Israelieten 40 jaar door de woestijn reisde. 40 jaar in die hitte, droogte, zand en stenen. Ook kun je denken aan andere personen die 40 dagen door de woestijn reisde zonder eten en drinken.  Dan daarbij komt ook de hitten van de zon en de droogte, de weinige schaduw. Op een of andere manier lees en begrijp je deze dingen nu toch een klein beetje anders.

 

Om een uur of zes komen we aan in Nouadhibou. We rijden naar een camping die de gids weet en terwijl we voor het hek staan, komen er gelijk twintig mannetjes die wel tegen een goede koers onze dollars en euro’s willen wisselen. Nee, nu nog niet, later misschien.

We besluiten om deze camping te nemen, vrij schoon en netjes volgens Yao. Maar er staat een auto geparkeerd voor de ingang van de camping. Pas de problem en hup, een aantal Mauritaniers tillen de auto even aan de kant en kunnen wij het terrein oprijden. Oeps, dit is wel klein: een terrein van 50 bij 50 meter. Als we er allevier staan (met de twee auto’s die er al stonden) is het gelijk vol.

Maar … ze hebben hier een gewone toilet, die schoon is. En douches zonder beesten. Allemaal prettige dingen. De gids brengt een goede ‘geldwisselaar’ bij ons, zodat we in alle rust, tegen een redelijke koers onze dollars kunnen wisselen. We hadden achteraf veel beter euro’s mee kunnen nemen, daar zijn ze dol op. Bij de grens hebben we op moeten geven hoeveel geld we mee het land innamen. Datzelfde bedrag moet ook weer getoond kunnen worden bij de volgende grens, of de wisselbonnen ervan. Dit is om zwart wisselen tegen te gaan, waar je tot 25% meer kunt krijgen voor je geld.

Na een heerlijk (lauwe) douche –terwijl ons warme douches was beloofd- gaan we de stad in op zoek naar een supermarkt en internetcafe. De laatste zit helemaal bomvol, dus proberen we het een andere keer. We vinden een redelijke supermarkt en kopen water (18 flessen) cola, sap en nog wat macaroni, blikgroenten enz. Het is hier echt niet goedkoop, ongeveer hetzelfde als in Nederland. En dat is duur voor afrikaanse begrippen. Omdat het inmiddels negen uur was, hebben we snel wat soep gemaakt met wat geroosterde broodjes en komen Yao en Marlieke en Sjef de Belg nog langs en is het zo twaalf uur. Het is gewoon geweldig leuk om ervaringen te delen, dingen te leren over de komende pistes enz.

 

4 oktober

Vandaag is een dag van wassen, soppen, (fornuis is drie weken niet gebeurd, hoezo nodig?) band (laten) plakken (twee banden plakken en verwisselen, 2 euro), filters schoonspuiten, auto’s proberen van stof te ontdoen, opruimen, verhalen bijschrijven enz.

 

    Jan onder de auto Bandje maken...  Beetje wassen...

 

We zweten ons het ‘apenzuur’ en drinken veel (sinds gisterenavond zijn al 6 flessen water opgedronken). We hebben een goede waterfilter (Katadyn) die alle bacterien en virussen en chemische stoffen eruit haalt. Ook doen we in de watertank druppels (Pur) om alles te doden. Het is dus goed bruikbaar, alleen de smaak is niet echt lekker.(soort plasticsmaak) We gebruiken het wel om eten te koken, koffie en thee te maken en als we geen flessen water hebben, ook om zo te drinken.

Een heel vriendelijke Mauritanier wees ons de weg naar een cybercafe waar we weer onze mails gelezen hebben en het een en ander aan de website gedaan.

Hier op het terrein staat een grote tent, met zit/lig/hangkussens op de grond. Heel gezellig om daar met elkaar te zitten. Onze gastheer (campingbaas) Ali komt ook in de tent zitten en maakt thee voor wie wil. Dat is een heel ritueel. Kruiden in een theepotje, water erin, op het vuur zetten. Halverwege gaan er een paar brokken suiker in en mag het verder koken. Dan wordt er van grote hoogte thee in een miniglaasje geschonken. Van het eerste glaasje gaat het in het tweede, van de tweede naar de derde enzovoorts. Tenslotte weer terug in de theepot en worden alle glaasjes halfvol geschonken. De thee is bitter en tegelijk mierzoet. Door de tent en het dagelijks theezetten, krijg je hier op de kleine camping al snel een ‘family-gevoel’.

Alleen die ‘mobile-ecole’, een franse groep jongelui met een paar docenten die een leerreis door Afrika maken, dat was wat minder. Komen ze om een vuurtje, of zelfs sigaret vragen. Lenen een wc-rol en brengen ‘m niet meer terug. Nou ja, na een paar dagen zijn we ze ook weer kwijt.

 

5 oktober

Terwijl we lezen, komen er heel wat mensen die ons portomonnees, lappen stof, kettingen en nog veel meer willen verkopen. Nee. Nu niet. Het leuke is dat als de campingbaas Ali weer op het terrein is, deze verkopers en bedelaars binnen no-time verdwenen zijn. Het lijkt wel of ze bij het hek staan te wachten en precies weten of de big boss de boel in de gaten houdt. Kwamen er twee jongetjes gewoon een praatje maken en natuurlijk vragen om ‘une cadeaux’, krijgen ze van de baas een volle fles naar hun hoofd: wegwezen hier!

We beginnen trouwens nu toch al de kerkdiensten te missen. Het is goed om iets te lezen, samen te bidden en te zingen, maar het is wel heel anders dan met de gemeente samenkomen. We hopen dat we snel de gelegenheid krijgen om naar een kerk te gaan.

Tussen 11 en 15 uur doe je hier echt niets; het is gewoon echt te warm. Zitten we met elkaar een beetje te puffen en te kletsen. Daarna begint de wind weer een beetje te waaien en is het beter te doen. We beginnen op deze manier wel kennis te maken met stof, overal stof. Tafel net afgeveegd, vijf minuten later ligt er weer een laag stof op.

’s Avonds spelen we met de hele groep ‘Shapo’, een spel wat Sjef ons snel geleerd heeft. Met de grote zak pelpinda’s en een fles rose, vermaken we ons prima. Gezellig man!

 

6 oktober

Eigenlijk zouden we vandaag met 4 auto’s naar Nouakchott vertrekken. Maar omdat Sjefs vader vanavond met het vliegtuig hier aankomt en met Sjef verder zal reizen, wachten we tot morgen, zodat ze met ons mee kunnen rijden. Het komende stuk wordt zandhappen en woestijnracen, ruim 2 dagen lang. Het schijnt een redelijk moeilijk stuk te zijn (vooral het begin) en daarom hebben we met elkaar een gids ingehuurd. Een heel vriendelijk mannetje, Habib, die elke morgen komt vragen hoe het met ons gaat, hoe we geslapen hebben en of hij nog kan helpen met het regelen van kaartjes, verzekering, geld wisselen enz.

Toch is zo’n extra dagje helemaal niet gek. Lekker rustig aan doen. Uitslapen, nog wat was doen, boodschappen voor de komende dagen (we moeten 4 dagen kunnen eten zonder iets te kopen), gaan nog naar het internetcafe, doen sightseeing bij de haven en het strand.

Onderweg hiernaartoe hebben al af en toe een scheepswrak gezien, maar dat is niets vergeleken met de haven van Nouadhibou. Enkele tientallen (!) scheepswrakken die daar gewoon maar liggen. Zoiets als cultuurhistorische bezienswaardigheid ofzo? Het heeft iets heel vreemds: waarom worden ze niet opgeruimd (slecht voor het milieu), anderzijds is het ook wel iets unieks.

 

    Scheepswrakken Scheepswrak detail Scheepswrak enkel

We zien ook de trein nog die naar Atar gaat (een paar honderd kilometer landinwaarts). Dit is een trein die, let op: 2,3 kilometer lang is! Werkelijk, er komt geen eind aan. Een Engelsman, Julian, die met zijn fiets heel Afrika door wil reizen en via Azie terug naar Engeland gaat, is vandaag met deze trein vertrokken. Gewoon hup, fiets en man in een grote bak en je mag gratis ruim 18 uur meereizen tot Atar!

We hebben trouwens op straat bij een vrouwtje heerlijke ‘maisoliebolletjes’ gekocht. Gisteren hadden Yao en Marlieke deze gekocht en ze zijn erg lekker. 40 mini-oliebolletjes voor nog geen euro. De vrouw vertelde dat ze ‘tous les jours ici’ zat. We konden vanmiddag of morgen gewoon weer komen.

Helaas –voor deze mevrouw- vertrekken we morgen.

 

8 oktoberOnze gids Habib

Bijna onmetelijk groot. Onvoorstelbaar. Immens. Onbeschrijfelijk. Hoe moet je een paar dagen door de woestijn reizen beschrijven? Je kunt foto’s zien, je kunt een video bekijken. Maar uren zand en zand en nog een zand zien is wat anders. Heel veel van hetzelfde, en toch zo verschillend. Heel veel niets, en toch wat begroeiing. Eentonig en toch zo heel erg boeiend.

We rijden in de woestijn!  We rijden nu echt in de Sahara! Geweldige ervaring. Alleen al het feit dat je met 5 voertuigen achterelkaar als stipjes door zo’n grote zandbak rijdt. Want rijden in de woestijn maakt je ‘klein’. Je voelt je zo’n klein stipje…

Het is toch wel prettig om een gids te hebben. Hij is verantwoordelijk, rijdt voorop, weet waar je wel en niet kunt rijden, enz. Vooral voor het oude volkswagenbusje is het belangrijk. Nadat het busje een keer vast heeft gezeten, is de gids achter het stuur gekropen. Het is ongelofelijk hoe goed hij het gebied hier kent, waar hij wel of niet kan rijden met het busje. Met enige precisie navigeert hij ons om zandhopen en harde stenen. Toch rijden we een heel stuk op een soort ‘maanlandschap’, wat niet zo heel goed voor de auto’s was. Wel erg veel en harde bobbels en bochten. Als je hard kunt rijden, gaat het nog redelijk. Met al die bochten valt dat niet mee. Dan kun je beter zacht zand hebben, moet je wel ff gas geven, maar is minder slecht voor de auto’s.

Na heel wat kilometers zand, stenen, keien en vele bobbels, zien we wat meer begroeiing. Hier en daar een boom. We moesten allemaal denken aan de geschiedenis van Elia, die na het grote verhaal van de Baalpriesters, een dag lopen de woestijn in trekt en daar onder de jenerboom zit. Helemaal op en uitgeput. En daar is dan de engel die eten en drinken heeft en hem zegt: sta op en eet, de weg zou voor u te veel zijn. Als je zo door de grootse vlakte rijdt –en het is heet, echt heet- en dan een boompje ziet staan, besef je een klein beetje meer hoe het is om onder een boom te zitten in de schaduw.

 

 Remie boom Remie woestijnstruik

  Kamelenhoeder

 

Door de woestijn rijden heeft echt iets heel bijzonders. En opeens is daar een kudde kamelen. Wow, da’s gaaf! We maken snel een paar foto’s en zwaaien vriendelijk. Achteraf waren de kamelenhoeders er iets minder gecharmeerd van (dat begrepen we later van de gids). Sorry, foutje bedankt.

Als we zo uren door de woestijn rijden, vraag je je af hoe mensen hier kunnen wonen. En er wonen mensen, want we passeren een tweetal piepkleine dorpjes (niet meer dan een paar tenten en krotten). Hoe kun je hier, in de hitte, ver van de bewoonde wereld, zonder water en electriciteit enz. wonen? Voor ons als westerling werkelijk onbegrijpelijk.

Aan het eind van de middag sjeest de gids een beetje naar links, rijdt achter een mooie woestijnduin… Hier gaan we dus overnachten. Te gek, midden in de woestijn slapen! (alleen dat zand en stof, da’s ietsiepietsie minder…) We toveren in een mum van tijd een pan macaroni op tafel en de gids heeft met ons meegegeten en het goedgekeurd met een: c’est tres bon!

Na het eten vertelt hij dat we tussen half acht en acht vertrekken en wenst hij ons welterusten en vertrekt met zijn rugzak. Maakten wij ons nog even druk waar de gids zou slapen, daar loopt hij zo naar een grote struik en daarachter is zijn slaapplek. Geen probleem. Dat heeft toch wel iets.

Nog mooier is het als we ’s morgens om half zeven wakker worden. We zijn een van de eersten. Maar Habib, de gids, zit al achter zijn struik op een vuurtje een potje thee te zetten. Werkelijk wat is dit gaaf! Hij heeft weinig spullen bij zich, maar zijn theekannetje en mini-glaasjes wel. Hij knoopt de doek weer op zijn hoofd en komt ons –wie wil- thee brengen.

In het begin dachten we: ‘hoe houden die mensen het uit met zo’n doek/sjaal om hun hoofd geknoopt’. Maar inmiddels zijn we er door ervaring achter gekomen dat het toch wel lekker is, je hoofd blijft koel, haar waait niet vol zand en het neemt je zweet goed op. Vandaar dat wij nu ook ‘Maurimurkendoeken’ dragen.

 

Maurimurken Sjoerd en Jon

 

Precies om acht uur scheuren we weer de woestijn in. Werkelijk scheuren, vaart maken en houden. Of je nu een beetje links of rechts rijdt, dat maakt niet uit. Als je als groep maar een beetje bij elkaar in de buurt blijft.

We gaan steeds meer genieten van de woestijn. Het is zoooo mooi….  Niet te beschrijven.

Bij een pauzestop laat de gids de banden van het busje nog leger lopen. Hij vertelt ons dat de komende 18 kilometer zandduinen is. Scheuren met die geit, zorgen dat je ’t gas erop houdt totdat je weer bij een harder stuk komt.

Langs deze kust bevindt zich een heel groot vogelnatuurpark ‘Parc nationale de Banc D’Arguin’. Je moet door het park om in Nouakchott te komen. Best handel. En blijkbaar zijn we in het park gekomen, zonder ‘ingang’. De gids heeft een  andere route genomen. Als we dicht langs de kust rijden, gaan we meer en meer vogels zien. Pelikanen, roofvogels (was het nu een visarend?) vele soorten sterns, meeuwen in vele soorten en maten. We hebben er allemaal erg van genoten.

Tegen twaalf uur ’s middags bereiken we het dorpje Nouamghar, een dorp ver, ver bij de bewoonde wereld vandaan. We staan nog niet goed en wel stil met de auto’s of we worden bestormd door een bende kinderen. SinterklaasZe grissen de theezakjes van Big Foot (dag thé automatique!!) en het is overal: ‘madame, madame, psst, he madame, psst, une cadeaux, une bonbon’. ‘Monsieur, une cadeaux s’il vous plait.’

Eigenlijk is er niet aan te beginnen. We hebben balonnen en pennen bij ons, maar geven aan zo’n horde kinderen gaat niet werken. Toch besluiten Yao en Marlieke lolly’s uit te delen. En dit hebben ze geweten. Yao verdween in en achter een menigte van kids. Lachwekkend was het wel. Het is een monsieur, monsieur, monsieur van jewelste. Sommigen hebben er twee of drie, anderen staan nog met lege handen.

Nu komt het strandracen, ruim 150 kilometer. We moeten tot twee uur wachten, want dan wordt het eb. Je kunt namelijk alleen maar dit stuk rijden als het eb is. De twee uur brengen we door met eten, pootjebaden in de zee, een stukje lopen, luieren. (we hadden graag in de zee gewild, maar zwemkleding is hier ondenkbaar, laat staan als vrouw –met pootjebaden hebben we al meer toeschouwers dan gewenst- … helaas pindakaas)

Om twee uur gaan we! De gids scheurt met een rotgang over het zachte zand (stuk duin) om op het strand te komen. Zo doe je dat dus en wij allen volgen het voorbeeld.

Wow, en dit is weer zo gaaf. Rijden op een smal strand, tussen de zee en de duinen. Dat wat je in Nederland graag een keer zou willen… doen we nu! Het is prachtig om zo vlak langs de zee te rStrandracenijden. Het zeebriesje is heerlijk en we genieten. Af en toe passeren we wat vissersdorpjes en ook hier weer een vastgelopen schip op het strand.

Fuuut, wat krijgen we nu? Ook al een gendarmerie op het strand? Daar hebben we nu geen zin in een beetje extra gas, vriendelijk zwaaien en we zijn er voorbij. (hij kan ons toch niet bijhouden, lekker puh) Hopelijk rijden de andere auto’s ook door. (Yep, alleen moest Sjoerd er met een grote bocht omheen om die man niet omver te rijden)

Na ongeveer 90 kilometer strand, duiken we de duinen weer in. De gids rijdt nog steeds voorop, geeft gas… maar helaas, deze keer mocht het niet baten, het zand is hier wel erg mul en diep. Daarna scheurt Jan erachter aan en parkeert ‘m voor het busje. Na wat getrek, gekraak, geduw en geknars –inclusief hulp van dorpskinderen- staat ‘ie weer op het harde zand.

Na een rit van nog ongeveer 70 kilometer over redelijke weg (zelfs stukken asfalt) komen we in Nouakchott en de camping aan. Weer zo’n kleine oppervlakte, waar we net met z’n allen op/inpassen. En dan nog ruim drie euro per persoon betalen. Niet te geloven. Maar wat veel waard is: de warme douches, waar we dan ook op en top van hebben genoten.

Onder het eten blijkt: er kan nog meer bij. Een bus vol met kinderen (oh nee he, niet weer zo’n mobile-ecole) met begeleiders. Ach, het zijn er maar twintig…

We besluiten samen met Yao en Marlieke morgen een dag rust in te lassen: auto’s schoonmaken en repareren (tja, lekkend schokbrekers en dieseltank), internetten, wassen, het (zij het van korte duur) stofvrij maken van de auto enz. 

 

 

Groepsfoto van woestijnreis Nouhadibou - Nouakchott

Groepsfoto

10 oktober

’s Morgens wil je douchen, is er geen water omdat de electriciteit is uitgevallen. ’s Middags zit je te internetten en de site bij te werken, pats … alles uit. (jammer van al het werk voor de site…) ’s Avonds staan we in een winkel, opeens pikdonker. Weer geen water, geen stroom. Drie keer op een dag. En dat is blijkbaar heel gewoon. Moeten we nog wel een beetje rekening mee leren houden!

 

We dachten dat we nu een beetje weten wat warmte is. Maar dat het elke keer nog erger kan, beleven we vandaag. Als het (rijdend!) in de auto van Yao en Marlieke om 12.00 ’s middags 41 graden is en om 14.00 uur 44 graden, kun je raden hoe warm/heet het buiten is.

De regentijd is hier net achter de rug; het regent 3 maanden waarvan in augustus de meeste neerslag valt. (ongeveer 100 mm) We zien dat ook aan het jonge groen en de kleine ‘meertjes’.

Van juni tot oktober waait er een warme wind, de rifi genoemd, vanuit het noorden die de temperatuur omhoog stuwt. Als we in de auto zitten, lijkt het wel of er een warme föhn op ons gericht is.

Tussen twaalf en vier uur zien we dan ook alleen maar liggende, hangende en slapende mensen. Een leuk voorbeeld is de ‘gendarmerie’. Een stopbord. Maar niemand te zien. Heel langzaam rij je verder en dan wordt er iemand wakker, staat op en komt naar je toe. Da’s nog eens handig: slapend je geld verdienen. Nee, ff zonder gekheid, als het zoooo warm is, begrijp je steeds beter waarom die mensen rustig aan doen. Trouwens, de controleposten van politie en gendarmerie lijken hier makkelijker dan in Marokko en Westelijke Sahara. Ze vragen waar je vandaan komt, je nationaliteit, waar je heengaat, wat je doel is en … of je een cadeautje hebt. ‘Nou nee, eerlijk gezegd doen we daar niet aan. Oke, je mag een sigaret als je wilt.’ Maar tot een keer of zeven was het: ’je ne fume pas’. (ik rook niet) Dan niet en we mogen dan ook altijd verder rijden.

Het is ongelofelijk hoe de kinderen hier ‘getraind’ zijn om cadeautjes, pennen of snoepjes te vragen. Met een klein babytje op de arm vragen ze of we dan iets voor de baby hebben. Een ander veel gebruikt (misbruikt) methode is een ziek of gehandicapt kind te voorschijn halen. Terwijl we in een dorpje wat frisdrank kopen, wordt er uit een klein hutje een albino-jongetje gehaald (blanke huid en witte kroeskrullen, slechtziend) Het jongetje zwaait vrolijk naar ons (en we vragen ons af of dit ventje uperhaupt wel kon zien). Andere kinderen wijzen er dan naar, met de bedoeling of we daar geen medelijden mee hebben en een cadeautje of iets anders zullen geven.

Frisdrank kopen is ook iets leuks. Onderweg goed kijken of je in een van de piepkleine hokwinkeltjes een koelkast ziet staan. Dan vraag je om koud water of frisdrank. Het water wilde de ene man niet verkopen, omdat hij voor zichzelf wilde houden. Er staan een paar blikjes in de koelkast (hebben we dus allemaal 1 koud blikje) en de rest moet je zelf maar koud zien te maken. Arme koelbox! Hij heeft het zwaar om nu koud te blijven.

Onderweg zien we veel. Tientallen autowrakken. Tientallen kadavers van ezels, geiten en dromedarissen. Er worden veel dieren doodgereden. Toch hebben we ook veel kadavers gezien die niet echt naast de weg lagen, maar iets verder in het land. En dan wordt je geconfronteerd met de gevolgen van droogte. Als de regentijd hier alweer voorbij is, en je ziet dat meertjes al aan het indrogen zijn, hoe moet het er dan uitzien als het zes, zeven, acht maanden niet heeft geregend? ‘Water is life’, geldt hier in hele grote mate.

Aan het eind van de middag sprokkelen we wat droog houdt, voor een vuur bij onze wildkampeerplek. Als er een dood boompje (!) staat, hakken we die om en nemen ‘m ook maar mee. We vinden een heerlijke plek in de bergen (100km. voor Kiffa), genieten van de volle maan, hebben een heerlijk diner (aardappelpuree met wortels, ui en doperwten) en bij het vuur smullen we van de bowl van Yao en Marlieke. 5 Liter bowl is zo op!

 

boompje hakken kampplek

kameel op bezoek kameelkop kameelachterkant

 

Weet je wat leuk is? Bezoek krijgen van een kameel op de kampeerplek! Drie jongetjes en een kameel liepen langs onze auto’s, met een lege fles water in hun hand. Een van hen durfde om water te vragen, wat ze krijgen. We hebben afgesproken dat als mensen om water vragen, ze dat krijgen (mits we zelf genoeg hebben).

We merken steeds meer dat ons ‘zweetapparaat’ werkt. En hoe! Dat je handen, voeten, benen en armen zo konden zweten, wisten we niet Kletsienat, iedere keer weer. Ook ervaren we nu de functie van wenkbrauwen pas goed: als het echt in straaltjes van je voorhoofd loopt, komt het niet direct in je ogen. Door het vele stof is het geen water, maar bruine straaltjes die langs onze lichaamsdelen lopen. 

 

11 oktober

Het is belangrijk om af en toe de beste weg te vragen. Dan kan het ook gebeuren dat je route wel drie keer anders wordt. Uiteindelijk nemen we de weg van Kiffa (Mauretanie) naar Kayes (Mali), wat tot op heden de meest begaanbare weg schijnt volgens de plaatselijke bevolking. Door de hevige regen van de afgelopen drie maanden zijn veel wegen nog afgesloten, omdat delen onder (diep) water staan.

Waar wij nog wel aan moeten wennen is het begrip ‘weg’. Want soms lijkt het alsof er geen weg is, alleen twee sporen door hoog gras. Dat is dus de weg. Het wordt steeds zanderiger en uiteindelijk moeten we heel wat uurtjes doorbrengen om een 50 kilometer verderop te komen. Sneller dan gehoopt wordt het schemerig en we houden overleg: slaan we hier ergens ons kamp op, of rijden we door tot de douane (in het laatste dorpje Kankossa voor de grens). We doen het eerste. Maar we hebben onze auto’s nog niet open of we worden gek van de beestjes. Beestjes, beestjes overal beestjes. En niet zomaar alleen vliegjes en muggen, maar torretjes, sprinkhanen (in alle soorten en maten) en andere vreemdsoortige insecten. Nee, dit is echt vreselijk! We springen onze auto’s weer in en rijden maar door. In het donker rijden op zulke weggetjes is niet echt leuk, maar we ‘ondergaan het gelaten’.

Het is heel vreemd als je in het pikdonker rijdt en een dorpje binnenkomt. Geen lichtje te zien. Met moeite kun je hutjes, gebouwtjes en vee onderscheiden, maar binnen no-time verschijnen er tientallen kinderen die hard ‘cadeau, cadeau’ roepen. (waar ze vandaan komen???) We zijn moe en vinden dit geschreeuw om een kado niet echt heel leuk meer.

In het dorpje Kankossa slaan we ons kamp op midden in het dorp op een soort marktplaats. Dat lijkt de rustigste plek (geen camping). Terwijl wij de spullen opzetten en eten koken, zitten er zo’n twintig mannen in een kringetje te kijken hoe wij alles doen. Maar als we gaan slapen en hun gedag zeggen met ‘bonnuit’, vertrekken ze ook weer heel gewoon.

 

Omdat we zoveel foto`s maken nogmaar wat plaatjes:

  Tenten in Steppe Meertje na regentijd mooie lucht  

 

Schaduw SenJ Voetballende jongetjes Blauwe deur

 

Sprinkhaan   

12 oktober

Huwelijksaanzoek

In dit dorp de zondag over blijven, lijkt geen succes. Weet-ik-het-hoeveel kinderen om ons heen, om de vijf minuten een volwassene die een praatje begint…. Mmm, niet erg prettig. Dus besluiten we om naar de douane te gaan en een eind verderop de dag verder door te brengen. Soms is plannen moeilijk op routes zoals deze. De meneer van de douane is zijn geiten aan het uitlaten in de bergen. Rest ons niets anders dan rustig te wachten, want we moeten een stempel voor het carnet en ons paspoort hebben. Wachten betekent tientallen kinderen om je auto heen, al lachend, springend, gekdoend en soms vragend om een kadootje. Daar beginnen we niet aan in zo’n menigte kinders. Dan willen ze vanalles weten: hoe we heten, hoe oud we zijn enz. Een paar jonge knullen komen vragen of we getrouwd zijn. In Marlieke hebben ze geen interesse, die is veel te dun. Jonneke valt ook af, want die is lelijk. Blijft Marianne over, maar die wil niet. He, wat jammer nou!

Een uurtje later komt de beste man terug uit de bergen en geeft ons de nodige stempels en handtekeningen. En nu snel naar een rustiger omgeving. Werkelijk in de middle van nowhere slaan we ons kamp op.

 

Groot verdriet en verslagenheid

’s Avonds krijgen we bericht van het overlijden van de vader van Jan. Hij was ernstig ziek, maar de laatste tijd leek het vrij stabiel. Een grote klap voor Jan, en voor ons allemaal. Wat een verdriet en verslagenheid. En tegelijk ook veel vragen: je hoopte nog steeds en nu toch overleden, hoe komen we nu zo snel mogelijk bij een vliegveld enz. Het blijkt dat ze vanuit Nederland de hele dag geprobeerd hebben om ons te bellen, bijna veertig keer. Waarom doet onze satelliettelefoon het niet? Blijkbaar moet (in elk geval als je zo in het ‘niets’ bent) de antenne uit staan. Bij Jan thuis hebben ze zondagavond met elkaar gebeden of ze contact met ons konden krijgen. Na een hele dag bellen, lijkt het of we niet te bereiken zijn. Na het gebed proberen ze het en… krijgen Sjoerd aan de telefoon. (die juist zijn ouders even wilde bellen) We hebben een wonderlijke God. Daar wordt je dan weer stil van…

We hebben ook van het vreselijke ongeluk bij de familie van de Garde (vriendin van Jonneke) gehoord. Vier kinderen uit een gezin betrokken bij een ernstig auto-ongeluk (allemaal in het ziekenhuis), waarvan een van de kinderen ook is overleden. Twee sterfgevallen op een dag…

Op zulke momenten voel je hoe ver je eigenlijk van thuis bent. Je zou dan direct thuis willen zijn, bij familie en/of vrienden. Wat een verslagenheid en diep verdriet … Niet met woorden te omschrijven. Intens. Wat kan mensentroost klein zijn. We besluiten vroeg naar bed te gaan, voor zonsopgang op te staan en zodra het licht is te gaan rijden.

 

Lees verder bij de belevenissen in Mali

 

Tips en bijzonderheden

 

·         Een gids vanaf de grens van Marokko tot Nouakchott kost € 200 (mag tot 4 voertuigen)

·         Op straat worden kleine maisoliebolletjes gebakken en verkocht: heerlijk en goedkoop.

·         Ook hier zijn euro’s veel meer geliefd dan dollars.

·         Campings zijn erg duur: geen privacy, wel 3-4 euro p.p.p.n.

·         Eten is duur, benzine en diesel goedkoop.

·         Er is weinig keus aan verse groenten.

 

 

terug

 

Stichting Go4Africa

Contactgegevens:
Langbroekerdijk 27
3972 NC Driebergen
rekening nr.:
38 24 78 274,
Rabobank Renswoude
tel: 0318-573872
gsm: 06-41373786
mail: info@go4africa.nl

Sjoerd Oskam
sjoerd@go4africa.nl

Jonneke Hoogendam
jonneke@go4africa.nl

Jan Spies
jan@go4africa.nl

Marianne Ten Ham
marianne@go4africa.nl


Lijst met alle sponsors
vindt u hier.

Orthovitaal
Orthovitaal

Combined
Business Power

Combined Business Power

DeBie-Schut
DeBie-Schut

 
   

| Website ontwikkeld door: André Hoogendam |