Verblijf: 27 februari - 3 maart 2004
Reisverhalen en foto's
Op een vierlandenpunt met de pont mee
In het puntje van Botswana, bij het dorpje Kasane, zijn we bij een vierlandenpunt aangekomen. Botswana, Zambia, Zimbabwe en Namibie grenzen bij de rivier Zambezi aan elkaar. We moeten met de pont over de rivier om Zambia in te komen. Als we aan komen rijden, zien we een hele hele hele grote rij vrachtwagens staan. File? In Afrika?? Het blijkt dat ze staan te wachten voor de pont om in Zambia te komen.
In Nederland is het geen probleem om veilig met de pont naar de overkant te gaan, maar als je ziet hoe het er hier uitziet De balken zijn van matige kwaliteit, zeg maar Afrika-kwaliteit en hier en daar hangen wat belangrijke kabels los. En dan gaan er nog vier auto's, een megavrachtauto en een stoet van voetgangers, veelal zwaar beladen met tassen, zakken, dozen boodschappen op.
We kijken elkaar aan en hopen stilletjes dat we goed aan de overkant komen. Het lijkt allemaal aardig goed te gaan, al ligt de pont aan de overkant aangekomen dwars. Dit bevalt een stel Zambiaanse voetgangers niet, dat duurt ze te lang en dus klimmen ze met tas en al van de pont af en waden naar de overkant. Aangezien het voor ons wat moeilijk was om onze auto op de rug te nemen moesten wij geduldig wachten tot de pont weer in beweging kwam. Gelukkig zagen we toen ook pas de vrachtauto liggen die kort daarvoor van de pont in het water gegleden was

Een nest Nederlanders
We kamperen bij Maramba River Lodge, die we uitgezocht hebben aan de hand van de Lonely Planet-beschrijving. Als we het terrein oprijden, zien we een paar grote campers staan niet twee of vijf, maar elf in getal! 'Doen we het of gaan we ergens anders' 'Ach, misschien zijn ze morgen weg'
En wat blijkt; zijn het allemaal Nederlanders!!! Ze zijn met een toer van Wereldcontact in 42 dagen het zuiden van Afrika aan het doen. Heel raar om weer van alle kanten Nederlands te horen! En het is ook wel een grappig gezicht hoe de mensen van de elf compleet ingerichte campers hun dingen doen we vervelen ons niet! Zaterdag (28 februari) is een dagje van site bijwerken, foto's voor de site klaarmaken, (dat is zoals altijd nog heel wat uurtjes werk), brieven schrijven en het is heerlijk als je dan ook gewoon een boek kunt pakken. Reizen lijkt en is vakantie, maar dat is het niet echt. Het is ook werken, maar dan anders. Als we ergens aankomen zijn er altijd 101 dingen die gedaan moeten worden (bijv. olie checken, eten koken, afwassen, kleren wassen, verhalen schrijven) zodat je aan een lekker boek of gewoon zitten niet toe komt. Daarom is een dag als vandaag heerlijk: lekker rommelen, opruimen enz. En de dag erop is het zondag, een dag waar we echt niets hoeven/moeten 's Morgens en 's avonds krijgen we bezoek van de velvet-monkeys, die eerst naar de prullenbakken sjezen om te kijken of er nog iets lekkers is en als dat op is, kijken ze vanuit de boom of er niet iets bij de mensen wat te halen valt. Met af en toe succes zakjes pap, boterhammen, het maakt niet uit wat, ze lusten alles. Marianne is helemaal verliefd op de aapjes en schiet heel wat foto's om haar 'vrienden' niet te vergeten.

Victoria Falls
De 'Vic Falls' -zoals ze kortweg genoemd worden - zijn een van 's werelds grootste watervallen. De machtige rivier Zambezi valt over een lengte van 1,7 kilometer honderden/tientallen meters naar beneden.
We hebben gehoord dat 'er niet veel te zien valt, omdat er teveel water is'. Maar als we bij het begin van de watervallen staan, overweldigd dit zicht en geluid ons. Het vele vele water dondert met groot geraas de diepte in, wat een machtig scheppingswonder! We kijken, luisteren, maken foto's Je kunt een eindje langs de watervallen lopen, maar hoe verder je loopt, hoe natter je wordt. Dat is het dus: door het vele water, lijkt het alsof het regent en zie je ook een grote 'waas van water'. Kletsienat zijn we maar we hebben de watervallen gezien, gehoord, geroken!
Je kunt ook naar de andere kant van de watervallen lopen, aan de Zimbabwaanse kant. Dit hebben we niet gedaan, omdat daar nog minder van de vallen te zien was door de grote hoeveelheid water. Wel hebben 'bungijumpen' gezien vanaf de brug die Zambia met Zimbabwe scheidt. Jakkie, jakkie aan je benen die afgrijselijke diepte in vallen. Nee, niets voor ons.
Buiten op het terrein is een 'craftmarkt': houtsnijwerk, spekstenen beeldjes, honderden nijlpaarden, olifanten, neushoorns en giraffen in allerlei soorten en maten. Als we langslopen worden we door tien verkopers tegelijk naar hun stalletje geloosd, om daar tegen 'the best africa price' iets van ze te kopen. Leuk en niet leuk tegelijk. We willen gewoon eerst ff rondkijken, snappie dat dan niet? Tot een van de verkopers het elastiekje uit Jonneke's vlechtje wil hebben voor zijn zus om het haar bijelkaar te houden. Uit zijn verhaal maken we op dat je moeilijk aan haarelastieken kan komen, of dat ze duur zijn, zoiets. Goed, al is het een van de stiekjes die ze dagelijks draagt, ze wil er wel iets voor ruilen. Sjoerd ziet een mooi houten slaschaaltje; dat wordt natuurlijk weer afrikaans onderhandelen: nee, die elastiek wil hij hebben, maar ook nog wat dollars. Een stiek en vier dollar, twee stieken en drie dollar, nee graag of heel niet Uiteindelijk ruilen/kopen we het schaaltje voor een haarelastiek en drie dollar. Volgende keer met een haar vol elastieken naar een craft-markt! Dit is echt genieten!

Kilometervreters
Na een paar dagen rust zijn we zo uitgerust dat we om zes uur opstaan en tegen half acht wegrijden. We willen in ieder geval vandaag in Lusaka (hoofdstad van Zambia) komen en als het ff kan nog iets verder. Want we willen in twee dagen naar Lilongwe (hoofdstad van Malawi) rijden, totaal ruim 1200 kilometer.
De dag begint goed met een fikse regenbui, maar onderweg houdt het op met regenen. Onder een dikbewolkte hemel, waar af en toe wat spetters uitvallen, rijden we noordwaarts. Het is ongelofelijk groen, -genoeg mais en suikerriet op het land, - het landschap is glooiend wat prachtige uitzichten geeft, prachtig bloeiende bloemen en bomen zeker genieten!
Wat het seizoen betreft zien we Afrika zeker op zijn mooist: er is genoeg te eten, het ziet er fris en groen uit we herkennen niets van hongerlijdend Afrika. Dat kan 'gevaarlijk' zijn voor je beeld over dit continent. Aan de andere kant is het ook goed om te zien dat het niet altijd honger, armoe en oorlog is!
Na een heel aantal kleine settlements, dorpjes en wat grote dorpen, komen we in Lusaka, de hoofdstad van Zambia. 'Majestetic Casino' aan de ene kant, hutjes aan de andere kant van de weg. Grote reclameborden voor mobiele telefoons, bier en Sony en voor ons rokende fabriekstorens, naast onze auto een paar jongentjes bedelend om een paar kwacha (geld) Een stad van tegenstellingen!
Bedelende mensen of opdringerige verkopers, daar wen je waarschijnlijk nooit aan. Zeg je ja, staan er nog vijftig naast je zeg je nee, voel je je ook zo'n rijke toerist. Blijft moeilijk.
Onze chauffeurs (Sjoerd en Jan) genieten toch wel weer even van het rijden in de grote stad, flink getuter en maar zorgen dat jij tegen niemand rijdt en ook nog die ander ontwijken!
Het is een uur of drie 's middags, dus rijden we Lusaka snel weer uit en proberen nog wat kilometers te maken. Omdat het er om een uur of vijf erg dreigend uit ziet, zoeken we naar een bushkampeerplek maar het valt niet mee in de bergen en het dichte groen. Tot we een 'Jehovah's getuigen-kerk' zien en we aan de dorpelingen vragen of we een nachtje op dat terrein mogen staan. De 'chief' (hoofdman) wordt erbij geroepen en die vindt het goed (en nog een soort grappig ook, van die blanken die bij de kerk kamperen). We kunnen nog droog koken en eten, maar als we in bed liggen regent het weer heel best. Door de wijziging in onze route, maken we nu een aantal weken (maanden) van het regenseizoen mee. Stiekem vinden we dat toch wel een beetje jammer, want kamperen met veel regen is niet ideaal (dingen blijven zo nat en gaan op den duur stinken) en we missen de zon!

'Roadworkers ahead, 80 kilometers potholes'
We staan weer vroeg op en iets na zevenen zitten we alweer in de auto: klaar voor de tweede helft van de 1200 kilo's. De heuvels worden bergen en we slingeren vele kilometers door het groen. Is het eerste deel nog goed asfalt, waarschuwt een bord ons voor 'Roadworkers ahead, 80 kilometer potholes'. Nou er was geen werker te zien, maar des te meer potholes! Ongelofelijk wat een gaten zitten er in de weg en het is dan ook een hele klus om de meeste potholes te ontwijken. Het is niet te voorkomen dat we toch een paar keer in zo'n gat smakken, jakkie!
In heel wat dorpjes zien we naast kerken, grote moskeen staan en grote borden met projecten gesteund door moslimorganisaties. Binnen het continent Afrika wordt veel geevangeliseerd, door veel verschillende soorten groepen: moslims, Jehovah's getuigen, rooms katholiek en christelijk. Verder zien we onderweg de 'afrika-tonelen': schoolkinderen in gekleurde uniformen, kauwend op stukken suikerriet; fietsen met vrachten die zwaar en groot zijn, verbaasde gezichten (twee van die rare buitenlandse auto's), lachende en zwaaiende kinderen.
De grenspost Zambia- Malawi levert geen problemen op. Je paspoort, immigratie-papiertje invullen, verzekering en auto-papieren laten zien… tot op heden hebben we nog nooit problemen of rare dingen bij de grenzen meegemaakt!
Het is wel lachen dat er gelijk 'tig' mensen om je auto staan die je tegen 'a good rate' wel dollars willen wisselen voor Malawiaanse kwacha's. Onderhandelen over de 'best rate' -die verandert zo snel dat je nooit weet wat nu de beste koers is- is toch wel leuk. Ondertussen weten we dat deze 'illegale wisselaars' altijd nog een lagere koers geven dan je in het betreffend land krijgt, maar goed je moet toch wat geld bij je hebben. Uiteindelijk wisselen we 100 dollar, zij blij, wij blij zullen we maar denken.