Go4Africa   logo Go4Africa
 
 
           
HOME
 
 
 


 

Landen / Malawi

Details over Malawi:
oppervlakte: 118.484
aantal inwoners: 10.000.000
hoofdstad van Malawi: Lilongwe
godsdienst(en): Protestant, Rooms Katholiek, Islam, inheemse godsdiensten
talen: Engels en Chewa
analfabetisme: 44
levensverwachting: 37
bruto nationaal inkomen: 900
economie: Industrieel: thee, tabak, suiker, houtzagerijen, suikerbieten, katoen.Agrarisch: veehouderij.
bijzonderheden over Malawi: Malawi ontleent zijn naam aan het prekoloniale rijk Maravi, dat ooit tot ver over de grenzen van het huidige Malawi reikte. De hedendaagse grenzen van Malawi zijn grotendeels bepaald door de activiteiten van Britse en Schotse missionarissen die met name langs de kust van het Meer van Malawi werkzaam waren. Eind 19e eeuw werd het land, toen Nyasaland geheten, Brits protectoraat. Al vrij snel ontstonden er antikoloniale gevoelens bij de bevolking, die echter pas in de jaren vijftig een voor de Britten bedreigende situatie gingen vormen. Het land kende onder de regering-Banda (1964- 1994) een centraal geleide economie die in de periode na 1994 omgebogen werd in de richting van een markt georiënteerd, op exportgroei gericht economisch stelsel. Het land is sterk afhankelijk van externe, weinig beïnvloedbare factoren, bijvoorbeeld haar geografische, “land locked” ligging. Door de concentratie op de tabaksteelt is de economische diversificatie ontoereikend. Het maakt het land ontvankelijk voor externe druk (anti-rokerslobby). De binnenlandse markt is niet alleen klein qua omvang maar wordt ook gehinderd door bij de verwachtingen achterblijvende binnen- en buitenlandse investeringen, een matige infrastructuur en een zwakke munteenheid (Malawi Kwacha). De macro- economische situatie is weinig rooskleurig: de overheid is voor haar inkomsten voor een groot deel afhankelijk van donoren en is nog altijd niet goed in staat het begrotingstekort te verminderen. De komende periode moet de aandacht vooral uitgaan naar een betere begrotingsdiscipline; diversificatie van de economie; productiviteitsverhoging, onder meer door aandacht voor de kleinschalige landbouw en bevordering van de groei van de particuliere sector. In dit verband zal de Malawi overheid prioriteit moeten geven aan een verdere liberalisering en privatisering van de staatsbedrijven.

reisverslag:

MALAWI 

 

Reisverhalen en Foto's

Waypoints

Tips en bijzonderheden

 


Reisverhalen en foto's

Verblijf: 3 maart - 2 april

Thisss not a Malawian pen??!Aan het eind van woensdagmiddag (3 maart) hebben we onze eerste kennismaking met Malawi. Bij de grens komen kinderen van alle ‘soorten en maten’ naar ons toe om mais, aardappels en flesjes frisdrank te verkopen. We kopen cola en fanta en geven de kinderen een pen, waar ze blij mee zijn. (meiden van 3LM - ex-leerlingen van Jonneke- heel hartelijk bedankt, de pennen komen echt wel van pas!)

We rijden door het groene en heuvelachtige landschap en zien overal een soort bladeren bij de huisjes te drogen hangen. We bedenken wat het kan zijn en dan herinneren we ons dat er veel tabak verbouwd wordt. Meer dan 60% van de export bestaat uit tabak. We zien het op het land staan, dat het te drogen hangt, dat mensen er bundels van maken… wat een werk en dan te bedenken dat het niet voor voedsel is, maar voor iets wat alleen maar slecht is voor een mens!

Mobile machanicx...In Lilongwe (de hoofdstad) kamperen we bij Kiboko-camp, een camping die door een Nederlands stel wordt gerund. Als we uitstappen, horen we van meerdere kanten hollandse gesprekken… mmm, willen we dit? We hebben net een Nederlands festijn (zie Zambia) achter de rug. We zijn in Afrika, hoor! Maar ja, we kiezen zelf deze camping uit en het ziet er redelijk netjes uit, dus zetten we de boel op.
De donderdag doen we een beetje rustig aan, twee dagen meer dan 600 kilometer rijden is aardig wat op wegen zoals hier. De remmen van de auto’s worden schoongemaakt, we doen boodschappen, lezen onze mail, kortom zo’n rommeldag.
Lilongwe is een rustige stad en we vinden het wel weer leuk om in zo’n stad te zijn. Als we van de ene naar de andere winkel lopen, staan er twintig verkopers om je heen met lappen stof, tekeningen, mobielhoesjes en wat al niet meer die het tegen ‘a good price’ willen verkopen. Ze zijn bijzonder aanhoudend deze keer en als we zeggen dat we gewoon eerst naar een boekwinkel willen, zijn ze even stil. Maar zodra ze ons weer zien, begint - of je wil of niet - het onderhandelen opnieuw. En als je het niet wilt hebben, zeggen ze dat ze erg geduldig zijn… ja, wij ook! Toch zien Sjoerd en Jonneke een mooie opklapbare houten stoel en een klein (ook opklapbaar) schaaktafeltje. Als de ‘best price’ is bereikt (waar de nodige tijd overheen gaat), staan binnen no-time vier mannen met touw, oude kranten, stukken hard karton klaar en pakken de boel op een vindingrijke, vakkundige manier in. Want met erg weinig kunnen deze mensen ongelofelijk veel!

Lake Malawi
Op vrijdag 5 maart rijden we van de hoofdstad naar het meer, Lake Malawi. Het meer is ongeveer 500 km. lang en is zo een van de grootste meren van Afrika. Onderweg zien we weer van alles: wat er achterop fietsen wordt meegenomen is ongelofelijk, van levende kippen en geiten tot varkens! Na een paar honderd kilometer komen we bij een camping in Senga Bay op een topplekje: aan het meer, op het strand… mmm, hier kunnen we het wel een paar daagjes uithouden!
Het meer is echt mooi, met heuvels aan de kant en een paar ‘heuveleilandjes’ in het meer. Al snel wordt ons een heel scala aan ‘Lake Malawi-mogelijkheden’ aangeboden: een trip naar het eiland met de motorboot, kajakken, met de katamaran zeilen, snorkelen. ‘Oke, if we want something we’ll come to you.’ Aan het eind van de middag als er iets meer wind komt, kriebelt het te erg bij Sjoerd. Ook al is het qua wind nog niet lekker zeilweer, het is heerlijk om even te zeilen, lekker uitwaaien.
Vrijdag, zaterdag en zondag brengen we hier door en we moeten zeggen, best plekkie. We hebben het meer ook in een dag zien veranderen van een ‘grijze zee met golven’ (veel wind, dikbewolkte lucht) tot een ‘schitterend blauw meer’.

Meer 's ochtends... ...'s middags begin van avond!

Maandagochtend rijden we langs het meer naar het zuiden, naar Monkey Bay en Cape Maclear. Het meer nog een keer van een andere kant bekijken. Ook hier komen van allerlei ‘verkopers’ naar ons toe met armbandjes, tekeningen, schilderijtjes, houtsnijwerk en ‘aanbieders’ van boottochten. Nu vinden we het toch wel leuk om een keer te snorkelen en zo onderhandelen we met deze ‘heren’ over een goed ‘arrangement’. We worden met een motorboot naar het eiland gevaren, daar kunnen we snorkelen (snorkeluitrusting zorgen zij voor),Spele-varen we kunnen vissen (aas hebben ze ook in de boot) en ze zullen visarenden voeren, zodat we ze van dichtbij kunnen zien en fotograferen. En we hebben inderdaad een paar leuke uurtjes: ook al hebben we geen vis aan de haak geslagen, de sierlijke duik van de visarenden niet ver van onze boot af was ‘amazing’, het snorkelen was geweldig: blauwe, witte, gele, rode vissen, hele zwermen om je heen! We hebben vaak geen idee wat voor leven er onder water is. Misschien heb je weleens een film/video gezien over het onderwaterleven. Nou zoiets zien wij nu zelf, we zwemmen zelf tussen de vissen en het is jammer dat we geen onderwatercamera hebben. Het geeft in ieder geval wel een extra dimensie van het meer.

Weken aftellen?!
Of we verlangen naar Nederland? Soms. Of we graag naar huis willen? Soms. We worden er regelmatig aan herinnert door familie en vrienden ‘dat het nu niet zo heel lang meer duurt’. We merken wel dat je met speciale dingen ‘even thuis’ zou willen zijn. Jonneke’s zus heeft vrijdag 5 maart een meisje gekregen en dan wens je dat je vleugeltjes had om erbij te zijn, het mee te maken, vast te houden enz. Maar meestal hebben we nog niet echt zin om te werken, want het is hier nog veel te leuk!! We genieten ontzettend van Afrika. ‘Afrika is zoiets als een ziekte… als je er eenmaal aan lijdt, kom je er niet makkelijk vanaf!’ Waarschijnlijk lijden we allemaal in min of meerdere mate aan het Afrika-syndroom.
Een paar Afrika-voorbeelden. We kopen brood, eieren, tomaten en uien bij stalletjes aan de kant van de weg. Net voor ons is iemand die voor 10 kwacha ( = 10 eurocent) olie komt kopen. De verkoopster knoopt een plastic zakje aan een trechtertje waar een x-aantal schepjes olie in wordt gedaan. Waarschijnlijk precies genoeg voor het eten van vanavond… We kopen eieren bij deze zelfde mevrouw, maar hebben geen gepast geld. Niet erg, ze heeft wel terug. Maakt ze haar rok (lap over een andere rok) los en in de punt van deze rok zit kleingeld geknoopt.

I'm the jungle king!Onderweg kijken we nog steeds onze ogen uit, al merken we dat we wel aan bepaalde dingen beginnen te wennen. Maar de vrachten die de vrouwen op hun hoofden dragen, verbaasd en verwonderd ons nog steeds. Takkenbossen, voor ons ‘niet te tillen’, meters lang en vele vele kilo’s zwaar… Of wat van een kind op de rug, kind in de nek, kind aan de hand en een emmer op je hoofd? En als kind 1 groot genoeg is, draagt het kind nummer 2 op de rug, zodat kind 3 en 4 bij mams kunnen zitten.
Nederland mag dan ‘fietsland’ heten, hier wordt ook heel wat afgefietst. De mannen fietsen, vrouwen zitten achterop (over het algemeen). Er worden onwijs grote balen stro, houtskool of wat dan ook op de fiets gestapeld en dan wordt de fiets meer als ‘kar’ gebruikt, want dan loopt men ernaast. Maar als we een kindje wat net (of net niet) kan zitten achter op de fiets zien zitten wat vastgehouden wordt door de arm van pa, kijken we elkaar wel even wat ongelovig aan… Sjoe!
Afrikanen zijn erg vindingrijk: ze weten overal wel wat van te maken. Al hebben ze niets, dan maken ze nog van het riet wat ze kunnen vinden manden, schalen, matten met de meest kunstzinnige figuren erin gevlochten. Of ze beginnen een ‘battery-charg-shop’. Of ze snijden oude autobanden aan repen en je hebt een ‘snelbinderbedrijfje’ (en dat die veel gebruikt worden met de vrachten achterop de fiets is zeker). Of ze hebben aardappels op het land staan en je wordt patatboer. ‘Mmm… het ruikt af en toe erg lekker naar patat.’ ‘Ja, het is bijna lunchtijd, een patatje oorlog is niet gek.’ En zo staan we om een uur of een bij een ‘wegcafetaria’ een frietje te eten (beetje aan de vette kant, beetje naar vis smakend, maar toch erg lekker!)

patat eten...  Dit zijn snelbinders... gemaakt van oude autobanden


Nachtelijk bezoek
Op woendagmiddag komen we in Blantyre aan. Heerlijk, weer even e-mail checken, boodschappen doen, genieten van het stadsleven. Er zijn weinig kampeermogelijkheden in de stad (bij een was er geen recht plekje voor de auto’s en het is toch wel prettig als we enigszins ‘recht’ in onze tent kunnen liggen) en gaan naar de andere mogelijkheid, de Backpackers Lodge Doogles. Een gezellig boel, inclusief bar en muziek. De muziek gaat alleen ‘s avonds/ ‘s nachts wel erg lang en hard door, er lopen toch wel wat ‘vage figuren’ op het parkeerterrein rond, niet echt ideaal voor je nachtrust. Om een uur of vier horen Sjoerd en Jonneke stemmen onder de tent… hoofd uit de tent, kijkt Sjoerd een politie-agent met mega-geweer in de ogen. Hij liep in de stad de wacht en zag over het hek heen de tenten, vond’ie wel gaaf en omdat de bewakers van de camping vrienden van ‘m zijn, komt hij even een kijkje nemen. ‘Is that a tent?’ (nee, een kliko) ‘Do you sleep in it?’ (ja, wat denk je anders) ‘How do you manage it?’ (gewoon doen) ‘It’s four o’clock now.’ (ja, daarom willen we graag verder slapen)

De volgende morgen bellen we meneer Schaafsma (een predikant die werkzaam is voor St. Stephanos) en vertellen dat we inmiddels in Blantyre zijn aangekomen. We spreken een punt af waar hij ons komt halen, zodat we in ieder geval weten waar zijn huis is. Daarna kunnen we gaan en staan waar we willen. Ds. Schaafsma heeft momenteel als taak om les te geven op de predikantenopleiding. Omdat we eigenlijk willen helpen bij het project, maken een afspraak wanneer we naar het weeshuis kunnen gaan (dat is ongeveer 30 kilometer van Blantyre af)


Thinking about...???Het weeshuis van Stephanos
Donderdag 11 maart komen we ‘s morgens bij het weeshuis aan. We noemen het ‘‘t weeshuis’ maar in werkelijkheid is het een heel terrein met gebouwtjes, een soort dorpje. Het weeshuis is ook niet een groot gebouw, maar acht huisjes waar dertien kinderen met een moeder wonen (totaal 105 kinderen intern). Verder is er een soort boerderij, met kippen, geiten, een grote groententuin; een kliniekje en dagopvang (ook ongeveer 100 kinderen) en klaslokalen.

Een paar weken bij een project werken, is eigenlijk veel te kort. Je hebt minstens een paar maanden nodig om ‘erin te komen en iets op poten te zetten’. Dat wisten we van te voren, maar misschien zijn er toch nog kleine klussen die gedaan moeten worden. We praten wat over en weer en er zijn wel wat mogelijkheden: in de dorpen zijn wat huizen nog niet af, daar moet nog iets aan het dak gedaan worden, we kunnen lesmateriaal bekijken en nieuwe ideen of lessen maken, helpen bij een voorlichtingssessie, de weeshuisjes zijn aan de binnenkant niet zo gezellig, misschien kunnen we daar iets aan doen. Wat het precies wordt, weten we nog niet. We zullen eerst een paar dagen meelopen, zodat we een idee krijgen van het project.

Dineke en Thea (beiden nederlandse verpleegkundige) leggen ons dingen uit van het project. Om zes uur ‘s morgens is er dagopening met alle kinderen samen. Daarna gaan ze naar de dorpsschool. Helaas is het onderwijs niet van goede kwaliteit (kinderen gaan soms over naar groep 4 of 5, terwijl ze nog niet eens kunnen lezen of schrijven). Daarom krijgen de kindern ‘s middags extra onderwijs in engels, chichewa (taal) en rekenen. We nemen een kijkje in een van de ‘weeshuisjes’. Nette verzorgde huisjes met vier slaapkamers: in drie slaapkamers staan 6 stapelbedden (12 kids van verschillende leeftijden) en in de vierde kamer slaapt de moeder met het jongste kind. Ze proberen zoveel mogelijk de gezinssituatie na te bootsen. ‘s Avonds na het eten vertelt de moeder een bijbelverhaal. Oudere kinderen moeten zelf hun kleren wassen en andere klusjes in het huishouden doen. Ze leven dus echt in een ‘gezin’.

Gooi je oude kleren niet weg!
Het is wel grappig om te zien dat de kinderen ‘nederlandse’ kleren aanhebben. Een keer per jaar komt er een grote container vanuit Nederland, met allerlei materialen, maar ook kleren voor de kinderen. Volgens Dineke is het elke keer (twee keer per jaar) een hele klus om alle kinderen een nieuw stel kleren te geven. Ze zijn erg blij met de tweedehandskleren uit Nederland omdat de kwaliteit altijd nog veel beter is dan de nieuwe kleren die je hier kunt kopen. Dus als mensen kinderenkleren ‘over hebben’ (te klein of wat dan ook), gooi ze niet weg, maar geef ze aan een van ons (als we terugzijn) of neem contact op met Stephanos. We hebben niet geweten dat hier zo dankbaar gebruik gemaakt wordt van onze ‘oude’ kleren!
Dineke is voornamelijk verantwoordelijk voor de huisjes en alle dingen op het terrein, terwijl Thea coördinator is van het ‘outreach’ project. Zij trekt de dorpen in, geeft voorlichting, doet daar onderzoek naar de gezondheid van de kinderen/mensen enz.

‘Foutje… een drieling’
Op het terrein is ook een ‘kliniekje’ voor de kinderen van het terrein en op vrijdagmorgen is er ‘spreekuur’ voor de moeders en kinderen uit de omliggende dorpen. Thea heeft hen thuis bezocht, situatie bekeken en nu komen ze elke vrijdagmorgen om de kinderen te wegen en te controleren. Veelal hebben de moeders niet genoeg eten voor de kinderen en wordt de gezinssituatie bekeken (hoeveel personen, wat heeft het gezin nodig enz) en hoe Stephanos hen kan helpen. In de kliniek (een heel klein gebouwtje) worden de kinderen gewogen, krijgen als het nodig is medicijnen en dan krijgen de moeders de vastgestelde hoeveelheid maismeel, bonen, melkpoeder, eieren en zeep mee. Vooral deze tijd van het jaar wanneer de voedselvoorraad op is en er nog niet geoogst kan worden, is voor veel mensen een hele moeilijke periode. We zien zieke kinderen (o.a. malaria), ondervoede kinderen, kinderen met huidproblemen en kinderen waar op het eerste gezicht niet iets raars is te zien.
Thea vertelt als er een moeder met vijf kinderen binnenkomt, heel kort iets over de gezinssituatie. Een vrouw van midden dertig, heeft 3 kinderen (tussen de zeven en dertien). Ze had vorig jaar een vriend en van ‘een keer’ werd ze zwanger… van een drieling! Ze is thuis bevallen, maar de kleintjes groeien niet alledrie even goed. Vandaar dat ze ook hierheen komen. Twee oudere kinderen zijn meegekomen en hebben op hun rug ook een kleintje. Een ‘triplet’ –drieling- is een regelmatig verschijnsel (op deze morgen zien we er twee), en betekent meestal een zware belasting voor de moeder.

 Medicijnen toedienen Wegen van de kids Direct onderwijs en voedselsteun

Koor aan huis
Wij kamperen bij de gastenhut, zodat we daar onder een afdakje kunnen zitten. De kinderen vinden het reuze-interessant dat wij er zijn. De auto’s worden van top tot teen bekeken of bevoeld. De kids komen, zodra ze uit school of vrij zijn, bij ons kijken. Wij genieten ook van hen, we lachen, spelen en praten met ze en als we gaan eten ofzo, moeten ze weg. Dat willen we zonder ‘toeschouwers’ doen.
Thea heeft met de ‘moeders’ afgesproken dat we vrijdagavond om half acht onder de rondavel met elkaar gaan zingen. Om half zeven staan de kinderen bij ons op de stoep, ‘want we gaan zingen’. Ook al zijn we eigenlijk nog niet klaar met eten, ze beginnen op een gegeven moment te zingen… uit volle borst en niet meer te stuiten. Jan heeft ook zin om te zingen.... zie je zo!?‘A wise man build his house on the rock’, ‘Read your Bible, pray every day’, ‘Halleluja’, ‘hoofd, schouder, knieen, teen’ (in het engels) en nog veel meer. Als Sjoerd zijn drom (grote trommel) erbij pakt, is het feest compleet: ze gaan nog harder zingen en beginnen te klappen. Het is geweldig wat een volume uit deze kinderen komt! Dan leert Sjoerd ze: ‘1, 2, 3, 4, hoedje van papier.’ Heel komisch is het leren uitspreken van de tekst, vooral woorden als ‘twee’ en ‘hoedje’ zijn niet makkelijk. Tegen half acht lopen we al schor van het zingen met een kolonne zingende kinderen naar de rondavel, waar alle kinderen op een kluitje gepakt gaan zitten, moeders aan de kanten. En daar zingen we, het ene lied na het andere. Veel liederen die we in het nederlands kennen, kennen zij in het Chichewa. Wat is het mooi om in verschillende talen te zingen en muziek te maken. Voor de kleinste begint het langzamerhand laat te worden en een voor een zie je de ogen dichtgaan, knikkebollen en dan worden ze door een van de grotere kinderen of een moeder op de grond neergelegd. Als afsluiting zingen wij, alle nederlanders van het terrein, twee nederlandse liederen.

De volgende morgen worden we om half zes gewekt door het zingen van de kinderen: deze kinderen/ mensen zingen wat af. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen. ‘1, 2, 3, 4, hoedje van, hoedje van, 1, 2, 3, 4, hoedje van papier’, en voor degenen die het een beetje vergeten waren, wordt het ‘a, b, c, d, hoedje van papier’. Dit is honderd keer beter dan wakker worden van een wekker!

Terug in Blantyre
Omdat we de site willen bijwerken (kost meestal meer tijd dan we denken), boodschappen doen, fotorolletjes wegbrengen en nog wat dingen bekijken, rijden we zaterdagmorgen terug naar ‘town’ (Blantyre). ‘s Avonds maken we braaibroodjes en lekker hollandse pikante tomatensoep (ja, ja, wie wat bewaard, heeft wat) Meneer Schaafsma haalt vandaag zijn vrouw op die afgelopen week een cursus heeft gedaan in Mozambiek. Dus maken we ‘s avonds laat voor het eerst kennis met mevrouw Schaafsma en dochter Oukje.

Malaria of niet?
De nacht van zaterdag op zondag moet Sjoerd wel vier keer naar de w.c.: misselijk, braken en diarree. Om een uur of drie komt Jan ook, hij zingt hetzelfde liedje. Dus zitten ze midden in de nacht in het gastenhuis (waar we gebruik kunnen maken van w.c. en toilet) canon te zingen oftewel ‘gezellig’ ziek te zijn. De volgende morgen zijn ze erg ziek: koorts, spierpijn, hoofdpijn en zijn in het gastenhuisje op bed gaan liggen. Marianne voelt zich ook niet echt ‘top’, dus gaat Jonneke alleen met de Schaafsma’s naar de kerk. Jammer, we zagen allemaal erg uit om weer ‘gewoon in de kerk’ te zijn. De toilet wordt zeer regelmatig bezocht, we lachen elkaar uit (zo hou je er toch een beetje lol in), maar de mannen worden zieker, terwijl Marianne zich steeds beter voelt. Aan het eind van de middag begint Jonneke ook mee te doen met diarree en overgeven. Lekker stelletje zo, vind je niet?
Lam(aria) of gewoon lekker uitslapen?De Schaafsma’s vinden het verstandig om toch een malariatest te doen en zo gaan ze ‘s avonds nog (half waggelend van slapte) naar het malaria-centrum in de stad. Bij Jan is de uitslag positief, bij Sjoerd negatief. Nu zegt een test niet alles, vooral omdat wij ook anti-malariatabletten nemen en dat de testgegevens kan beinvloeden. Drie testen geeft een goede indicatie. Ook bij een tweede test blijkt dat Sjoerd geen malaria heeft. Wel merkwaardig, omdat ze beiden dezelfde symptomen hebben. We denken zelf dat we allemaal ziek zijn van een virus of bacterie (misschien het eten?). En dat nu uit de test blijkt dat Jan ook malaria –misschien al langer- onder de leden heeft. Of we hebben allemaal in min of meerdere mate malaria, wie zal het zeggen?
Met Marianne gaat het gelukkig goed en zo kan zij haar beroep weer eens een poosje uitoefenen, wat ze zeer goed doet: thee en bouillon maken, water inschenken, bedden in orde maken voor de nacht, de vuile troep opruimen… Ze is af en toe wel een strenge zuster, hoor!
De volgende dag voelen de mannen zich gelukkig alweer wat beter. Pillen bij Jan doen hun werk, en Sjoerd heeft alleen nog hoofdpijn en diarree. Jonneke loopt een beetje achter op hun ziekteschema, geeft niet meer over, wel last van spierpijn en fikse diarree en krijgt aan het eind van de dag ook koorts en hoofdpijn. Rust is voorgeschreven, dus de volgende dagen doen we niet veel bijzonders: slapen, beetje hangen, stukje lezen, bouillon en thee drinken, geroosterd wittebroodje eten. Niet echt top om ziek te zijn, maar ‘that’s life’ moeten we maar denken. We zijn blij dat we gebruik kunnen maken van het gastenhuisje, want als je steeds uit je tent moet klimmen en naar de w.c. moet rennen…

Beide Malawiaan... een albino meisje met haar vriendin.Gehandicapten
Dinsdagmiddag gaan Jan, Sjoerd (ze voelen zich iets beter) en Marianne, Alieke en Alieta (twee HBO-V leerlingen uit Nederland die hier stage lopen in een ziekenhuis) met mevrouw Schaafsma mee naar de gehandicaptenclub. Het is erg goed om eens te zien hoe zo’n club hier draait en om te zien wat een verschil met Nederland er is qua mogelijkheden voor deze mensen.
Elke dinsdagmiddag komen moeders met gehandicapte kinderen of gehandicapte jongeren naar deze club. Deze mensen komen uit een van de armste delen van Blantyre. Voor deze mensen is er geen mogelijkheid om een rolstoel, krukken of andere hulpstukken aan te schaffen. Door hun handicap is er vaak niet eens een mogelijkheid om aan eten te komen en zonder hulp van anderen overleven ze niet. Ze hebben hier geen uitkering of subsidie.
De kinderen die niet kunnen lopen worden door de moeder op de rug gedragen. Zelfs als ze al ouder -en dus zwaarder- zijn. Ook voor de moeders is dit dus een extra (lichamelijk) zware belasting.
De oudere kinderen en volwassen die niet kunnen lopen, hebben misvormde benen (te klein in vergelijking met het lichaam of contracturen) en kruipen op hun blote knieen over de (zand)grond. Sommigen hebben slippers aan de handen en stukken leer (of oude autoband) om de knieen geknoopt om ze op die manier een beetje te beschermen. Ze kunnen niet werken of iets doen, terwijl ze verstandelijk goed zijn.
Voor de kinderen die helemaal verlamd zijn en alleen maar kunnen liggen hebben ze niet van die mooie rolstoelen of voorgevormde matrassen. Ze liggen gewoon op de grond of hangen in een doek op de rug bij de moeder.
Verder komen er  kinderen op de club die last hebben van epilepsie doordat ze malaria hebben gehad als baby en vaak hebben ze daar ook een hersenbeschadiging aan overgehouden. En als laatste komen er ook albino’s, zij zijn niet zozeer echt ‘gehandicapt’, maar zij worden wel vaak als zodanig behandeld en gediscrimineerd.
Op deze middag horen ze een bijbelverhaal en ze bidden en zingen met elkaar. Daarna gaan de jongeren die zelf iets kunnen doen, iets maken. Vanmiddag maken ze een ketting met allemaal gekleurde kraaltjes. En mooi dat ze dat vinden!  Ze zijn er reuze trots op.

  

Thanks for the maize!Ondertussen kletsen de moeders wat en leveren de truitjes in die ze doordeweeks gemaakt hebben. Hier krijgen ze geld voor en weer nieuwe wol om weer een truitje te breien. Op deze manier verdienen ze toch iets geld. Verder krijgen ze soms geld als ze naar het ziekenhuis moeten of fysiotherapie nodig hebben.
In een gesprek met deze mensen komt naar voren dat ze het prettig vinden om elkaar hier wekelijks te ontmoeten, met elkaar te praten een luisterend oor/aandacht en wat hulp te krijgen.
Deze mensen wonen in de stad en hebben daardoor en door hun handicap geen mogelijkheden om zelf mais of andere gewassen te verbouwen. Daarom worden deze mensen geholpen met af en toe een zak mais. In deze tijd van het jaar, net voor de oogst, is zo’n ‘cadeau’ extra welkom. We zijn er getuige van hoe blij de mensen ermee zijn. Het is weer een middag waarin we veel indrukken opgedaan hebben: de nood zien van deze mensen en wat er, hoe eenvoudig ook, voor hen gedaan wordt.

Uitzieken
De rest van de week zieken we uit. We willen eigenlijk wel weer naar het ‘weeshuis’ toe, maar beseffen ook dat als we al moe zijn van boodschappen doen, het verstandiger is om nog even hier te blijven. Daar zijn ook altijd de kinderen die om je heen dartelen, dat is op zich leuk, maar als je niet zoveel energie hebt, is het niet fijn. We lezen, slapen, zingen, schrijven, doen boodschappen, e-mailen, gaan naar de kapper, kortom niet veel bijzonders. Aan het eind van de week gaat het gelukkig met allemaal weer een heel stuk beter. Af en toe nog ‘stuipjes’, hoofdpijn ofzo, maar het ziet er naar uit dat we er weer redelijk bovenop zijn. Ziek zijn is niet leuk, maar je beseft weer eens goed welke waarde gezondheid heeft!

PicknickenWeekend
Vrijdagavond komen Dineke en Thea (die bij Stephanos werken) naar Blantyre en logeren ook in het gastenhuisje van de Schaafsma’s. Voor hen is zo’n weekend ergens anders echt een ‘uitje’. Even ergens anders zijn dan thuis, want waar zij wonen is hun werk en omgekeerd.
Het is gezellig, we kletsen, we zingen (leren elkaar nieuwe liederen), gaan zondag met elkaar naar de kerk.
Mevrouw Schaafsma had het idee om na de kerk met elkaar te picknicken, dus maken we allemaal iets klaar voor de grote picknickmand. We rijden naar Mount Mochuri, een van de bergen in de omgeving van Blantyre. Een prachtig plekje. We drinken koffie met zelfgemaakte appelkruimeltaart en we eten broodjes met salade, daarna zingen we met z’n allen op een boomstam en lopen een eindje door de prachtige natuur. Een heerlijke middag! 

Land'roveren' en muurschilderen
Nadat we opgeruimd (de auto’s) en schoongemaakt hebben (het gastenhuisje) en boodschappen gedaan, rijden we naar Stephanos. Hier worden we gelijk door de kinderen begroet met ‘1,2,3,4, hoedje van, hoedje van papier’. Na de lunch gaan we aan het ‘werk’. Toen we zondag met Dineke en Thea meereden met hun LandRover, merkten we dat onze Laro’s nog helemaal niet zo bonken en klakken… met andere woorden: er moet nodig iets aan de Stephanos-Laro gedaan worden. Dus gaan de mannen als monteur aan de slag. Na renovatie van diverse LandRovers in Nederland en het onderhoud onderweg, hebben ze er toch aardig verstand van.
Wij hebben heel wat reserve-onderdelen (zoals brandstoffilters, luchtfilters, rubbers, ruitenwissers en nog meer) meegenomen voor onze afrikareis. Nu hebben we niet alles gebruikt en kunnen Sjoerd en Jan deze dingen gebruiken voor de Stephanos-LandRover. Zo krijgt toch alles een goede bestemming! En zo kan Stephanos veel geld voor een beurt besparen. Thea komt ‘s middags nog even langs om o.a. te zeggen hoe blij ze ermee is dat de auto gemaakt wordt, want ‘de monteur hier weet wel wat, maar niet echt veel.’ En na deze LandRover is er nog een… en nog een. Werk genoeg dus!

Marianne en Jonneke gaan op maandagmiddag langs de huisjes om te vragen aan de moeders of ze het leuk vinden als we een verftekening op een muur in het huisje maken. De meeste ‘moeders’ (zo heten de verzorgsters van de kinderen) zijn gelijk enthousiast en vinden het een leuk idee. We hebben zelf wat ideetjes op papier gezet: een grote klok maken en elk cijfer is een handafdruk van een kind, een groot vierkant waar ieder kind uit dat huis iets in mag verven, een groot schilderij met bijv. olifanten, een boog met maan en sterren aan de ene kant, zon aan de andere kant enz. Sommige moeders kunnen zelfs geen keus maken uit de voorstellen die wij hebben: ‘die twee, maar deze is toch ook erg mooi’. Anderen zijn verlegen en vragen wat het kost. Er is ook een moeder die zelf een idee heeft: ‘yes, butterfly’s with flowers!’
We kunnen alleen niet gelijk beginnen met verven want om vier uur is er ‘inspection’. En dan moet het netjes en schoon zijn. (zo’n inspectie-ronde vindt een keer per maand plaats) Moeders druk om alles picobello te krijgen. Schoentjes netjes op een rij, met tandenborstel er op. Bij sommigen een vaasje nepbloemen op tafel om het gezellig te maken.           

Klaar voor inspectie...? Eten na een lange dag... Water halen - dagelijkse job

Kwasten en verf
Dinsdag en woensdag zijn lange dagen: om half vijf horen we al potten en pannen klingelen, om half zes de eerste kindergeluiden, om zes uur de gong voor de ‘morningprayer’, om zeven uur de gong voor ‘school’… en zo begint onze dag al vroeg. Op dit tijdstip is de temperatuur nog heerlijk, al snel wordt het warm, warmer, warmst. We landroveren en verven de hele dag.
De kinderen die nog niet naar school zijn, lopen het grootste deel van de dag om ons heen. Als we de doos met verfspullen weer oppakken en naar een volgend huisje lopen, zijn we net de rattenvangers van Hamelen: een hele sliert kinderen achter ons aan.
Het verven van de muurschilderingen moet in fasen: eerst de rand, dat moet dan drogen, dan weer iets verven enz. Dus lopen van het ene naar het andere huisje… en elke keer is het voor hun weer een verrassing welk huisje we binnen zullen gaan. Omdat de kinderen bij zes van de acht huisjes hun eigen aandeel moeten leveren (of handen op de muur, of eigen tekening maken) zijn we gebonden aan de tijden dat de kinderen niet op school zijn (tussen de middag of na schooltijd). Als ze naar school zijn, schilderen we randen, vierkanten, namen en bloemen. Om een uur of vier zijn de meeste kinderen thuis en als ze merken dat wij bij hun thuis zijn, komen ze met stralende gezichtjes binnen. En niet alleen de kinderen van dat betreffende huisje, maar tientallen andere kinderen komen ook kijken.
Bij de ‘klokken’ vinden de kinderen het eerst maar erg raar dat er verf op hun handen gesmeerd wordt, maar zodra de handafdruk op de muur staat, gaat er gejuich op! Dit is echt genieten.
Bij de ‘vierkanten’ zijn de reacties verschillend: er zijn kinderen die het maar eng vinden om een opengeknipte vuilniszak (als schort) aan te krijgen en die kwast is ook maar niets. Anderen komen heel eigenwijs een kleur verf uitkiezen, pakken die kwast alsof ze niet anders gewend zijn en met de tong uit de mond maken ze de mooiste tekening van de hele wereld!
Het leuke van dit klusje is dat we contact hebben met de moeders en de kinderen. Het is echt geweldig om zo met en voor de mensen bezig te zijn!

Zelf een vak intekenen...spannend! Een klok van handen... en dan... een prachtig resultaat!

Mensen hebben motor nodig…
Op donderdag gaan Sjoerd en Jan een andere klus doen. In een van de omliggende dorpen is een ‘huis’ (zeg maar gebouwtje) waar nog het een en ander aan moet gebeuren: vloeren gelijk maken, gemetseld, dak afmaken. Deze (kraam)kliniek is door de ‘locals’ zelf gebouwd, de materialen heeft Stephanos aangeleverd. (onderdeel van het voorlichtingsprogramma in de dorpen) Maar nu willen de mensen er geld voor hebben om het af te maken en sindsdien ligt de bouw stil. Nu wij er zijn (oke, vooral de mannen van het Go4africa-team) kwam deze klus weer naar boven. Als wij willen helpen om het daar af te maken, heel graag. Zo gezegd, zo gedaan. In de tijd dat Sjoerd en Jan de Land Rover hebben gemaakt, zijn de andere bouwmaterialen gearriveerd.
Als ze in de ‘village’ (het dorpje) aankomen, is het in het gebouw een vreselijke bende: puin, stenen, kortom ze kunnen hier wel een week werken om het hier netjes te maken. Gewoon beginnen want zegt een spreuk: ‘als er een zee van werk voor je ligt, voel dan niet met je tenen of het water koud is, maar neem een duik!’ Dan komen er steeds meer mensen uit het dorp kijken en uiteindelijk helpt een man of tien mee. Blijkbaar hebben ze gewoon een ‘motor’ nodig, iemand die het gewoon gaat doen. Eigenlijk iemand die zegt wat ze precies moeten doen, en dan doen ze het en zien ze het zelf ook weer zitten. En zo is er aan het eind van de dag een heleboel gedaan en zijn de mensen weer gestimuleerd om verder te gaan. Volgende week gaan Jan en Sjoerd er nog een dag naar toe, om de laatste dingen te regelen en af te maken.
De week gaat erg snel voorbij. Lange dagen + veel indrukken + lekker hard werken = voldaan gevoel +  mooie herinneringen + lekker moe. Het is een hele goede ervaring voor ons allemaal om een poosje (oke, het is eigenlijk veel te kort) op een project te zijn! We leren zelfs aan wat woorden Chichewa:
‘Muli bwanji? Ndili bwino. Kayi ne? Ndili bwino. Zikomo.’ (Hoe gaat het? Het gaat goed. En met jou? Met mij gaat het goed. Dank je) kennen we allemaal en Marianne leert elke dag een paar woorden uit het Chichewaboekje wat ze gekocht heeft. De mensen vinden het prachtig als je je best doet om hun taal te leren.
Op vrijdag gaan we naar ‘town’ om het visum voor Mozambique te regelen (duurt ongeveer een week), te internetten, boodschappen te doen enz. We blijven het weekend weer bij de Schaafsma’s en gaan maandag terug naar het weeshuis.

Big boys  


Laatste week Malawi
Zondag gaan we weer naar de CCAP-kerk, waar dit keer een Malawiaanse predikant voorgaat. Ook is het vandaag ‘paper sunday’: je mag geen muntgeld in de collecte geven, alleen papiergeld. Gaan normaal gesproken de diakenen langs de rijen om het geld op te halen, dit keer loopt iedereen onder koorzang naar voren om zijn of haar envelop met inhoud in een grote mand te doen. Dit gebeurt ongeveer vier keer per jaar.
Uit de kerk drinken we koffie met de Schaafsma’s en omdat we leuke gesprekken hebben, eten we ook met elkaar. Het is interessant om meer over het land te weten te komen: over de economie, de politiek – de komende verkiezingen in mei zijn nogal spannend-, over cultuurverschillen, corruptie en nog veel meer.
Wat wij al eerder hebben gedacht en gezegd tegen elkaar, wordt in dit gesprek weer bevestigd: ze hebben hier gebrek aan leiders, aan managers, aan regelaars.
Ze geven het voorbeeld van fruit: bepaalde weken in het jaar zijn er mandarijnen of mango’s… honderd, duizend, miljoenen. Die worden dan verkocht, maar het is veel meer dan dat men opkan en dan liggen stapels en stapels te verrotten. En zo gaat het elke keer… waarom is er geen fabriek die fruit verwerk, inblikt of er iets anders mee doet?
Er wordt tabak, thee, katoen verbouwd, maar er zijn geen verwerkingsfabrieken (meer) en dus wordt alles onbewerkt uitgevoerd. Als ze dat hier zouden doen, zou het goed zijn voor de werkgelegenheid, voor de export enz.
De kerk (ccap – presbyteriaanse kerk) bestaat, maar het bouwwerk erom heen is vrij fragiel: dingen zijn niet goed georganiseerd, de kerk heeft veel te weinig inkomsten (wat wil je met zoveel armen in de
gemeenten), en heeft daardoor probleem om rond te komen. Hoe krijg je de kerk organisatorisch weer ‘gezond’? Kortom, werk genoeg. Dit soort dingen houden ons wel bezig. Veel vragen komen in ons op, voor – en tegens om te helpen, ontwikkelingswerk is een moeilijk vraagstuk.

Terug bij Stephanos
Maandagmorgen op weg naar Stephanos zien we iets van de verkiezingspropaganda. Vrachtwagens vol met mensen die helemaal in het geel zijn uitgedost: de kleur van hun party.
Als we bij het project aankomen, gaan Marianne en Jonneke gelijk weer met de verfspullen richting de huisjes. Klokken worden afgemaakt, vakken ingeverfd, bloemen getekend…
Sjoerd en Jan gaan naar het dorpje om te kijken hoe ver ze zijn. Er is namelijk met de mensen van de ‘village’ afgesproken dat zij de vloeren gelijk zouden maken, zodat Sjoerd en Jan er een mooie cementen vloer van kunnen maken. Maar van de zes ruimten, zijn er 2,5 gedaan. Da’s dan erg jammer: we willen jullie helpen, maar als jullie de afspraak niet nakomen, kunnen wij niet verder. Snel wordt door de ‘locals’ de derde vloer netjes gemaakt en nadat Sjoerd en Jan hun werk gedaan hebben, is uiteindelijk de helft van het gebouw echt klaar.  Tja…

  

Nieuwe weeskinderen
In deze week komen er twee nieuwe kinderen. De twee lege plaatsen die er waren, zijn weer snel gevuld. Een kindje van achttien maanden en eentje die twee jaar is. Kinderen met een eigen verhaal. Ze lagen allebei in het ziekenhuis in de stad. Eén kindje is achtergelaten en er is nooit meer iets van de moeder vernomen. Het enige familielid is een jongen van 17 jaar, een oom van het meisje. Dat deze jonge knul niet in staat is voor een baby te zorgen, zullen we allemaal begrijpen.
Van het andere kindje zijn beide ouders overleden (is het tengevolge van AIDS geweest? Door AIDS sterven zo ontzettend veel mensen) en heeft alleen nog een oude opa. Schrijnende gevallen. En temeer wordt het duidelijk dat je zulke kinderen niet zomaar aan hun lot kan overlaten. En ook hier geldt: je kan de wereld niet veranderen, maar je kunt wel de wereld voor een kind veranderen!

Dagen vliegen voorbij
Als de jongens de ene LandRover af hebben, is er een volgende om op te knappen. Verder zijn er nog wat probleempjes met een paar computers die Sjoerd oplost. Er blijft genoeg te doen…
En nu ze zien hoe leuk het in de huisjes wordt met die schilderingen, wordt ons gevraagd om ook iets te kunnen verven in de dagopvang. Dat is een grijs, grauw gebouw, waar tientallen kinderen elke dag verzorgd worden. Dat wordt wel extra hard werken, maar we willen het graag doen. De muur wordt door de schilder opnieuw wit geverfd en wij maken er een zon, bloemen, paddestoel, vlinder en een regenboog op. De mensen vinden het geweldig.
Verder spelen we met de kinderen, maken de catichesatie-les voor de kleintjes op dinsdagmiddag mee (kinderen doen goed mee!), we horen de moeders op dinsdagavond zingen (een soort koortje), maken een voorlichting mee over malaria die Dineke geeft, kortom we zien en horen van alles.

Hoezo creatief?  

Zima eten
We hebben van Thea en Dineke gehoord dat het mogelijk is om een keer mee te eten in een van de huisjes. Ook al ziet het stapelvoedsel ‘zima’ (soort maispap) er niet erg apetijtelijk uit, het meemaken van een avondmaaltijd is wel een ‘must’ vinden we. Dus vragen we of Jan en Marianne in één huisje mogen eten en Sjoerd en Jonneke in een ander huisje. Zima met kool staat op het menu. Vijf uur eten. Dus zijn wij er om vijf uur en als we binnenkomen staan de borden met eten al klaar. De kinderen wassen hun handen op de binnenplaats en voor ons wordt een schaal met water gebracht zodat we onze handen kunnen wassen. Door een van de oudere kinderen wordt hardop gebeden. Degene die hardop bidt, zit op zijn knieen terwijl de anderen alleen hun handen vouwen. Na het bidden is het bijna stil… …… als katten muizen mauwen ze niet. Wij mogen kiezen of we met een vork of met onze handen willen eten. Natuurlijk willen we met onze handen eten, dat is het proberen waard. Nu is zima een stevige harde pap, dus het is niet zo heel erg moeilijk. De kool erbij doen en dan zonder knoeien in je mond krijgen is een tikkeltje lastiger. Zima alleen heeft erg weinig smaak, maar met een hap kool erbij is het prima te doen (valt dus ook weer mee…)
Als de kinderen klaar zijn met eten (en ze hebben het echt in no-time naar binnen gewerkt) pakken ze hun bord en brengen het naar de binnenplaats. Als iedereen klaar is, worden de borden omgespoelt en afgewassen, de mat schoongeveegd en kunnen ze buiten spelen. Normaal gesproken komen ze dan om half zeven weer binnen om tot zeven uur te zingen. Daarna gaan de kleintjes naar bed. Maar nu wij er zijn, zingen we gelijk na het eten. Eén van de oudere kinderen zet steeds een lied in en na een regel vallen de anderen in. Om de beurt mogen ze een lied opgeven en zo zingen en klappen we een half uur. Het is steeds weer ongelofelijk wat een volume uit de kelen van deze kinderen komt. Het is een erg leuke ervaring om een avondmaaltijd mee te maken!

Zima eten in een van de huisjes Learning young... Dishes... always the dishes!

Visum stelt grenzen
Helaas is ons visum voor Malawi op zaterdag 3 april verlopen. We kunnen het laten verlengen, dat schijnt aan de ene kant makkelijk te zijn (geen extra kosten), maar wel uren en uren wachttijd. Ook autoverzekering etc. moet dan verlengd worden. Omdat de LandRover redelijk Marianne met kind... wie had dat gedacht?goed zijn en de muurschilderingen af zijn en we ook moeten denken aan de komende weken, besluiten we te gaan.
Jammer, want we willen nog wel een paar maanden hier blijven (wat natuurlijk niet kan), maar we hebben nog lang niet alles gezien en hebben het zo goed naar ons zin, houden van de kinderen en de mensen. Ongelofelijk hoe snel je van mensen kan gaan houden!
De avond voordat we vertrekken, komen alle moeders en kinderen en wij bijelkaar om te zingen. Heerlijk is het om de kinderen zo uit volle borst te zien zingen. Aan het eind bedanken we de mensen en geven de kinderen een lollie en een pen.

Financiele gift als afscheid
De volgende morgen gaan we naar Harton, hoofd van de administratie. Aan hem overhandigen we symbolisch het bedrag van € 1500,-- bestemd voor ‘childrenshome Stephanos’. Ze bedanken ons voor de inzet en het werk en nu het geld. Ze vinden het elke keer weer fijn om het meeleven te merken van de mensen uit Nederland, op welke manier dat ook is.
Dan is het moment van afscheid aangebroken; na iedereen een hand geschud te hebben, moeten we echt gaan!
De tijd bij Stephanos is een goede, geweldige tijd geweest. We hebben het allemaal heel erg naar ons zin gehad, leuke klussen gedaan, fijne contacten gehad. We hebben met eigen ogen gezien hoeveel werk er gedaan wordt, hoe de kinderen liefdevol worden verzorgd en opgevoed en dat er op deze manier ‘woorden en daden’ worden samengevoegd ten dienste van de naaste en tot eer van God, zoals in Jakobus staat: ‘En zijt niet alleen hoorders, maar daders des woords.’

'k heb m'n wagen vol geladen....  logo van Stephanos Many thanks!!!


'Sufferings'
I’m looking to you, child of griefs
Scorned by wealthy
And left by people
I can see flies on your head
You’re having fever, caused by malaria
Heat, hunger and poverty abound

My hart is crying
‘cause the pain and loneliness you feel
‘cause how powerless I am
Who will care for you?

I believe in You, Man of griefs
Scorned and left by people
Thorns made your crown
Drops of blood were on Your forehead
Heat and thirst
Crucified for my sins

My heart is crying
‘cause Your sacrifice
‘cause Your pain en loneliness
But despite this all I believe
You care for orphans
And give the lonely a house to live

Look child of griefs, there’s a hand
Someone who’s looking for you
Someone who wants to care for you
Who want’s to comfort you
Is it the hand of the Lord Jesus?

Sufferings and happiness!


Bye bye...Bye bye...

Nadat we boodschappen gedaan hebben, visum opgehaald en ge-internet, rijden we richting de grens van Mozambique. Bij een van de politiecontroles worden we er nogmaals aan herinnert dat de verzekering vandaag verloopt: ‘yep, weten we’. Het landschap is mooi, groen en glooiend. En na een paar honderd kilometer komen we bij de grens. Bij elke grenspost is het weer grappig hoeveel mensen je weten te vinden om geld te wisselen, iets te verkopen of te bedelen. Maar we kennen Afrika intussen al een beetje…
Als afsluiting van een geweldige maand Malawi een aantal Malawiaanse spreuken (in het Chichewa)

 

‘Mutu imodzi susensa denga’
(letterlijk: EEN hoofd draagt geen dak.)
Je kan niets alleen doen, je hebt elkaar nodig

‘Chala chimodzi sichiswa nsabwe’
(letterlijk: Met een vinger kan je geen luis dood maken)
Je moet dingen samen doen.

‘Kanthu ndi khama’
(letterlijk: kleine dingen vragen inspanning)
Ga ervoor! Doe het gewoon!


Lees verder bij Mozambique


Route en Waypoints

Lilongwe – Siboko Camp –
Gerund door een Nederlands stel, veel nederlanders, prima site.

Senga Bay – Steps Campsite – S 13, 42’, 57.3’’, E 034, 37’, 28.5’’
Pal aan het meer, kamperen op strand of gras, in de weekenden wel druk met dagjesmensen, bar aanwezig. 3 $ p.p.p.n.

Cape Maclear – Emmanuels Resting Camp – S 14, 01’, 51.5’’, E 034, 49’, 50,0’’
Aan het meer. Eenvoudig, maar prima site. Afdak aanwezig. Wel veel ‘hassling’.
1 $ p.p.p.n.

Blantyre – Backpackers Lodge Doogles – S 15, 47’, 01.2’’, E 035, 00’, 52.8’’
Kamperen op het parkeerterrein, lekkere maaltijden te krijgen, bar aanwezig, gezellige feestboel, beetje ongure types op de parkeerplaats ‘s nachts.
3,5 $ p.p.p.n.

De rest hebben we doorgebracht bij vrienden of bij het project van Stephanos. Daarom hebben we niet meer waypoints.


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tips en bijzonderheden

Malawi is een goedkoop land, aardige mensen, neem er de tijd voor.
 
Bezoek aan het meer zeker de moeite waard: huur een katamaran of boot, ga snorkelen, en neem de eventuele bilharzia voor lief.

Koop bilharziapillen bij een apotheek (een paar dollar) voor het geval je in Nederland positief getest wordt. In Nederland zijn ze niet zo goed op deze ziekten voorbereid

terug

 

Stichting Go4Africa

Contactgegevens:
Langbroekerdijk 27
3972 NC Driebergen
rekening nr.:
38 24 78 274,
Rabobank Renswoude
tel: 0318-573872
gsm: 06-41373786
mail: info@go4africa.nl

Sjoerd Oskam
sjoerd@go4africa.nl

Jonneke Hoogendam
jonneke@go4africa.nl

Jan Spies
jan@go4africa.nl

Marianne Ten Ham
marianne@go4africa.nl


Lijst met alle sponsors
vindt u hier.

Orthovitaal
Orthovitaal

Combined
Business Power

Combined Business Power

DeBie-Schut
DeBie-Schut

 
   

| Website ontwikkeld door: André Hoogendam |